Orhan Pamuk, Istanbul. Herinneringen en de stad

Oorspronkelijke titel: Istanbul. Hatiralar ve sehir
Oorspronkelijke taal: Turks
Verschenen in: 2003
Pagina's: 419
Score: 2
Aantal lezers: 1

Recensies

Recensie van sluis (waardering: 2)
Een overbodig boek. Eigenlijk zijn alleen het laatste hoofdstuk de moeite waard, vandaar de 2 punten. De rest is veel geneuzel over vooral Franse negentiende eeuwse schrijvers die Istanbul bezochten.
Het lijkt wel of boeken van Nobelprijswinnaars per definitie tegenvallen. Samarago: onbegrijpelijk en niet door te komen. Een boekje van Elfride Jellinek: na 40 pagina's weggelegd wegens niet te volgen. En nu dit weer.

Citaten

Als haar ernaar gevraagd werd, zei ze altijd dat ze in de kemalistische verwestersingsoperatie geloofde, maar in feite liet dat hele oosten, en ook het westen, haar, net als iedereen die in de stad woonde, volslagen koud. Ze kwam het huis bovendien nauwelijks uit. Zoals de meeste inwoners van een stad die die plek als hun thuis beschouwen interesseerde ze zich niet voor de monumenten, niet voor de historie en evenmin voor de 'schoonheid' van Istanbul. Toch had ze op de kweekschool geschiedenis gestudeerd. Voordat ze met mijn opa verloofd en getrouwd was, was ze samen met hem naar een restaurant gegaan, wat in het Istanbul van 1917 als een bijzonder vermetele daad gold. Ik stel me zo voor dat het een caféachtig etablissement in Pera is geweest, aangezien ze tegenover elkaar aan een tafeltje gingen zitten en er alcohol geschonken werd. Toen mijn opa daar aan mijn oma vroeg wat ze wilde drinken (thee of limonade bedoelde hij), vatte zij dat op als een voortel om iets alcoholisch te nemen, waarop ze dan ook bijzonder bits had gereageerd.
'Ik gebruik geen spiritualiën, meneer.'
pagina 135

Het eerste wat ik op school leerde was dat sommige mensen stom zijn en het tweede dat sommigen nóg stommer zijn.
pagina 141

'Als je aan mijn hoofddoek trekt terwijl ik zit te bidden, wordt ja hand van steen', placht Esma te zeggen. Toch trok ik aan haar hoofddoek, maar van steen worden, ho maar.
pagina 207

De verwesterde bourgeoisie in Istanbul heeft de laatste veertig jaar alle militaire ingrepen die in Ankara plaatsvonden en de inmenging van het leger in de politiek gesteund, niet zozeer om aanvallen van links af te wenden (zo'n krachtige linkse beweging heeft Turkije trouwens nooit gekend) maar veeleer uit angst dat de lagere klassen en de rijken uit de provincie zich op een dag zouden verenigen onder de banier van de godsdienst en zich met z'n allen tegen de levensstijl van de gevestigde burgerij zouden keren.
pagina 212

Het gebrek aan ethiek dat ik heel vaak aantref bij verwesterde, rijke en seculiere families uit Istanbul, manifesteert zich eigenlijk niet zozeer in een laconieke houding tegenover godsdienst, maar vooral in dit soort stiltes: terwijl ze in zaken als wiskunde, schoolprestaties, voetbal en uitgaan alles met elkaar bespraken, begroef iedereen zich in verwarring en een tragische eenzaamheid zodra het over fundamentele onderwerpen ging als liefde, genegenheid, godsdienst, de zin van het leven, jaloezie en rancune, en zaten ze in nood en wilden ze toch met anderen over dit soort onderwerpen praten, dan konden ze als doofstommen geen woord over hun lippen krijgen en bleef het bij wanhopig en zenuwachtig gezwaai van hun armen.
pagina 214

Trouwens, was dat niet hoe alle rijken zich gedroegen: rijk zijn was misschien een permanente staat van 'doen alsof'. Zo heb ik op heel veel feesten heel veel rijke Istanbulers horen klagen over het eten tijdens hun laatste vliegreis alsof dit een uiterst storend en uiterst belangrijk onderwerp was en alsof deze mensen het grootste deel van hun leven eigenlijk niet doorbrengen met het eten van in elkaar geflanste, doodgewone maaltijden. Zoals ze hun geld naar Zwitserse bankrekeningen overmaakten ('verdonkeremanen' noemden mijn ouders dat altijd), zo stopten ze ook hun ziel vaak weg op een verre, moeilijk bereikbare en veilige plek.
pagina 228

Als iemand die in het donker fluit om een naderbij sluipende gekte te verbergen, maakte ik de hele tijd grappen, vertelde moppen, maakte iedereen aan het lachen door de leraar achter zijn rug na te doen, en de grappen die ik had gemaakt werden trots bij iedere familiebijeenkomst steeds maar weer opnieuw verteld. Op tijden dat ik dit spel te ver doordreef voelde ik me als een diplomaat die zich tot het uiterste inspant om de smerigheid van hetgeen hij representeert toe te dekken. Als het spelwas afgelopen en ik me had opgesloten in mijn kamer, was er nog maar één ding dat ik kon bedenken om mezelf te redden van de gekunsteldheid, de misère van de hele wereld, en van mijn eigen hypocrisie: me aftrekken.
pagina 362

Ontwikkeld door Haverweb - Design: Olga Willemsen