Gerard Reve, Het boek van violet en dood

Lezers

Naam ↑ Cijfer Gelezen in
sluis 18 2002
k 16 1996

Oorspronkelijke taal: Nederlands
Verschenen in: 1996
Pagina's: 253
Score: 34
Aantal lezers: 2

Citaten

En natuurlijk geen wijn drinken behalve na afloop thuis, voor de veiligheid, en ook omdat thuis drinken veel goedkoper was dan in een etablissement of taveerne, waar twee kleine pest≠glaasjes wijn aan de bar (toog) al net zo veel kostten als een gehele fles in de winkel. Gierigheid en benepen zuinigheid keur ik af, maar wie zijn geld verstandig besteedt kan rekenen op mijn achting.
pagina 70

Met mijn ziel zag het er slecht uit, maar dat was oud nieuws: erfelijke zwaarmoedigheid en een drang tot zelfvernietiging. Geen kleinigheden, maar voor hetzelfde geld had ik een levens≠blij persoon kunnen zijn, en dan is dood zijn nog altijd beter.
pagina 79

De neuroloog zeide ten slotte nog iets positiefs, hoe je het ook bekijkt. 'U zou een vrouw naast U moeten hebben', zeide hij. 'Wat vindt U daarvan?' 'Dat mag men een vrouw niet aan≠doen,' antwoordde ik kalm maar met grote beslistheid. Zo is het toch?
pagina 80

Ik keerde naar Amsterdam terug, maar verliet na enkele jaren ook die woonplaats voorgoed, veel te laat weliswaar, maar beter laat dan nooit. Het is een lugubere feesttent waarop een vloek schijnt te rusten, want welke gave of welk talent men ook moge hebben: wie daar blijft zitten zal nooit iets berei≠ken, waarom dat zo is dat weet ik niet.
pagina 122

Maar een lelijke jongen daar had niemand iets aan en die kon gewoon je hele dag verpesten, door het medelijden.
pagina 172

Let op: ik heb het nog steeds niet over politiek, maar over het door die Wereldraad goedgekeurde lijden en sterven van vele honderdduizenden onschuldige mensen die nota bene dezelfde heiland vereerden als dominee Visser 't Hooft. Dat visserken moest in Moskou met spoed medisch behandeld worden omdat hij in zijn hotelkamer bij zijn vooruitstrevende masturbatio sine qua non zijn teelballen tot levensgevaarlijke omvang had doen zwellen, zozeer genoot hij van de gedachten aan langzaam doodgefolterde koorknapen en christelijke jongens.
pagina 88

[Reve in een vrijzinnig protestantse begrafenisdienst van die 'arme Jean-Luc':] Het was gewoon een halfzachte troep, met totaal verkeer≠de ideeŽn of helemaal geen ideeŽn behalve dat de lieve Here Jesus zich altijd al aangetrokken had gevoeld tot arbeidsschu≠we jongeren die hun haar tot een meter lang lieten groeien of er vlechten, staarten of knoedels van maakten. Jesus was 'waar≠lijk God', dat bestreed ik niet, maar hij was Jood, of Rooms-Katholiek, of Steil Gereformeerd, maar in geen geval vrijzin≠nig protes≠tant: geen groenzoeter of bosneuker dus. Ja, zo dacht ik er over.
Maar je ontliep het niet, nergens en nooit. Altijd en overal kwam je het telkens opnieuw tegen: dat je je niet druk moest maken over concentratiekampen, heropvoedingskampen of doodhongeringskampen voor christenen, want die kampen moest je 'historisch begrijpen', want het socialisme was het ware christendom, beweerde de zaagstem van het Flintenweib, met op de achtergrond de jubel van tulpen en draaiorgels.
pagina 172

Het was een leven van hunkering, masturbatoire visioenen, zenuwuitputting, depressies en wanhoop, alles met een zo levensblij mogelijk gezicht. Ik heb maar een keer zelfmoord gepleegd, dus dat valt wel mede want ik weet van personen die zich al zes of zeven keren van kant hebben gemaakt en nog steeds in leven zijn, een van hen na afloop in een rolstoel, maar dat 'de aanhouder wint' is een al te optimistische le≠venswijsheid.
pagina 179

Ontwikkeld door Haverweb - Design: Olga Willemsen