Nescio, De uitvreter/ Titaantjes/ Dichtertje / Mene tekel

Lezers

Naam Cijfer Gelezen in ↑
sir5-4 14  
ptfaas 15 1987
brunink 20 1989
ewillemsen 28 2006
Max Power 30 2007
acdc 47 2009
sluis 40 2014

Oorspronkelijke taal: Nederlands
Verschenen in: 1918
Pagina's: 150
Score: 194
Aantal lezers: 7

Recensies

Recensie van sluis (waardering: 40)
Geweldige verhalen. Vooral De uitvreter en Titaantjes. Titaantjes zou het verdienen om hieronder als één lang citaat weergegeven te worden.

Recensie van acdc (waardering: 47)
Datgene waar men niet over spreken kan, daar moet men over zwijgen.
Overweldigend ...

Citaten

Speciaal hield i zich bezig met in rivieren te staren. In Dordrecht had i enkele weken starende versleten.
pagina 40

Behalve dan man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.
pagina 9

Toen begon i [de uitvreter] weer anders. De zon kon zoo mooi in de Waal schijnen. Bij Zaltbommel had i de zon in de Waal zien schijnen toen i de laatste maal met den trein over de brug kwam. Tusschen de brug en de stad maakte de zon een groote lichtplek in het water. Het water stroomde maar, de zon scheen er maar in, honderd, duizend, honderduizend maal. Voor twee duizend jaar scheen de zon er al in en stroomde het water maar. God weet hoe lang al. Meer dan 700.000 maal was de zon sedert al opgegaan, meer dan 700.000 maal ondergegaan, al dien tijd had het water gestroomd. Hij werd beroerd van dat getal. Hoeveel regendagen zouden daarbij zijn geweest? Hoeveel nachten zou het zo hard gevroren hebben als nu, en harder? Hoeveel menschen zouden dat water zien stroomen en de zon er in zien schijnen en al die sterren gezien hebben in de nachten dat 't zoo vroor? Hoeveel menschen die nu dood zijn? en hoeveel menschen zouden dat water nog zien stroomen? En 2000 jaar was nog niets; duizenden jaren langer had de aarde al bestaan, duizenden jaren kon i nog bestaan. Duizenden jaren kon het water nog stroomen, zonder dat hij het zou zien. En als de aarde verging dan was er eigenlijk nog niks gebeurd. Daarna kwam er nog zooveel tijd, er kwam geen einde aan den tijd. En al dien tijd zou hij dood zijn.
pagina 35

Jongens waren we - maar aardige jongens. Al zeg ik 't zelf.
pagina 45

Buiten scheen de lentezon in de troostelooze straat. Mijn God, hoe kon zo'n straat bestaan. 't Meisje in de tram had ik vast niet mogen zoenen, maar zoo'n straat mocht bestaan. Dat mocht.
pagina 67

Ontwikkeld door Haverweb - Design: Olga Willemsen